De vliegende vrouw wordt achtervolgd door de draak uit wiens bek een brede waterstroom komt, Johannes en de engel tegenover de zevenkoppige draak met een rijk getooide vrouw op zijn rug (recto), Beknopte schets van de tydrekening der heylige schrift (verso)
Jan (etser) Luyken
Jan (tekenaar) naar Luyken
Pieter (uitgever) Mortier